Auxilia - welkom

Welkom op de website van
                         Auxilia-Brasili-ja 

“Het is waar dat het slechte en sensationele nieuws in de media vaak de media beheerst, maar we moeten ons niet gek laten maken.
Er is ook nog zoveel goed nieuws dat in stilte, elke dag, mensen een hart onder de riem steekt”

(Sjaak de Boer: rondzendbrief)

 logo Auxilia Brasili-ja

Afdrukken

Cees Weel in Tanzania

Brief van Cees Weel
Cees Weel was huisarts in Medemblik en is in het begin van zijn carrière een lange tijd (1976 – 1979 in Uganda) in Afrika geweest. Enige tijd geleden is hij gestopt met huisarts zijn en, om de cirkel rond te maken, is hij nu voor ongeveer een jaar in Tanzania om daar te werken. Hij heeft zich voor die periode verbonden aan Kagondo Hospital, in het noord-westen, aan de westelijke oever van het Victoriameer.

ceesweel01 De organisatie die me uitzendt, heeft een terrein ontdekt waar Afrikaanse dokters niet veel zin in hebben en waar een huisarts zich best thuis voelt: namelijk de AIDS-poli. Vanaf de jaren 80 van de vorige eeuw kreeg tropisch Afrika een rampzalige AIDS-epidemie voor zijn kiezen (alsof er niet al genoeg narigheid was!) en hoewel de ziekte ook in Europa de nodige slachtoffers eiste, was de tol die betaald werd nergens zo hoog als in Afrika waar een hele generatie twintigers en dertigers fors uitgedund werd. In Tanzania is 7 % van de bevolking thans seropositief, dus besmet met het AIDS-virus en dat is op 40 miljoen inwoners nogal wat! Daar komt bij dat deze noordwestelijke hoek, Kagera, veel zwaarder getroffen is dan de rest van het land. Het besmettingspercentage wordt hier zelfs op 10% geschat. Boze tongen beweren dat dat komt omdat de bevolking hier wat losser in de broek zit dan elders, maar geloofwaardiger is dat de beruchte bloedbaden in Rwanda uit de jaren ’90 grote vluchtelingenstromen veroorzaakten die de naburige regio’s ernstig ontwrichtten met alle gevolgen van dien. Eindelijk kan de Afrikaanse AIDS-patiënt ook weer op een toekomst rekenen, waarvoor hij dan wel levenslang medicijnen moet slikken. Hiervoor is een enorme organisatie ontwikkeld.

ceesweel03

Het tweede onderdeel van mijn werk is toch het gebruikelijke ziekenhuiswerk en dat is eerst een overgang als je 30 jaar de huisartspraktijk bent gewend: hier geen huilbaby”s, geen ADHD-kinderen, geen chronische moeheid of hyperventilatie, geen mensen die zich zorgen maken over hun cholesterol maar wel veel malaria, die met name op de kinderafdeling dood en verderf zaait. Verder liggen er zoals gezegd veel Aids-patiënten, vaak tegelijk lijdend aan tbc en daarnaast de nodige verkeersslachtoffers. De welvaart is toch zodanig gestegen dat men zich een motor kan veroorloven waarop met name jongelieden zich uitleven. Natuurlijk zonder helm en op slechte wegen; dan wil er wel eens een been, arm of schedel breken!
Al op mijn tweede werkdag maakte ik mee dat een vader zijn zoontje van drie jaar, net tevoren overleden aan hersenmalaria, bijeenpakte en achterop zijn fiets bond en er -bij gebrek aan gelden voor passend transport- mee naar huis reed; ik werd er naar van. In de tweede week werd een jonge visser binnengebracht bij wie een krokodil het rechterbeen had afgebeten. Ook dat maak je in Medemblik niet dagelijks mee!

ceesweel04

Overigens ziet het ziekenhuis er wel iets anders uit dan dat in Nederland: de verpleging levert alleen de medische zorg; voor eten, drinken en de dagelijkse wasbeurt moet de familie zorgen. Dus gelukkig dat Afrikanen over een groot netwerk van ‘relatives’ beschikken, want anders overleef je hier niet. Iedere opgenomen patiënt neemt dus een aantal familieleden mee, die hun onderdak zoeken in een bouwvallige ‘shelter’ waar ze bovendien hun potje moeten koken. Uiteraard slaapt op de kinderafdeling geen enkel kind alleen in een bed. Moeder, een doodenkele keer een vader, slaapt in hetzelfde bed en met de huidige malaria-drukte is de afdeling zo vol dat een aantal kinderen samen in één bed terecht komen inclusief begeleidende ouder! Zie je het al voor je: twee wildvreemde volwassenen met hun zieke kinderen in een één persoonsbed en dan maar proberen te slapen!
Wat wel wennen is, dat er keihard betaald met worden voor ieder medicijn, iedere behandeling operatie of opname; het ziekenhuis is een privé-onderneming met patiëntenbijdragen als enige inkomsten.

Uiteraard beland ik zo vaker in situaties waarvan ik denk dat het allemaal veel beter en makkelijker kan, maar ik heb me voorgenomen mijn eigenwijze neus niet overal in te steken. Wij zijn slechts adviseur; de Tanzanianen regelen hun land volgens hun cultuur en inzicht en zitten zeker niet te wachten op pseudo-koloniale wijsneuzen. Bovendien is er nog tijd genoeg om alsnog de discussie aan te gaan als we elkaar beter hebben leren kennen en waarderen!

Het geld dat ik bij mijn afscheid ontvangen heb wordt gebruikt voor het hoogst noodzakelijke herstel van het onderkomen van de families: het ziekenhuisbestuur heeft democratisch besloten dat dat prioriteit heeft. Wees er dus zeker van dat jullie euro’s goed gebruikt worden!
Ik sta er persoonlijk borg voor dat het bestemd wordt voor armlastige patiënten, ontbrekende medicijnen en onmisbare apparatuur; er blijft niets kleven aan de strijkstok!!
Gegroet,
Cees